ECLI:NL:GHAMS:1996:AA4320
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Schaap
- Wattel
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting wegens verliesverrekening zonder aanslag 1988
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit X B.V. en A B.V., betwistte de weigering van de inspecteur om het in 1991 geleden verlies van A B.V. te verrekenen met de belastbare winst van 1988, omdat voor dat jaar geen aanslag was opgelegd. De inspecteur stelde dat verliesverrekening alleen mogelijk is met een formele aanslag en dat het verlies daarom moest worden verrekend met de aanslag 1989.
Het geschil spitste zich toe op de uitleg van artikel 21 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de vraag of verliesverrekening kan plaatsvinden met een jaar waarover geen aanslag is opgelegd. Belanghebbende verwees naar de regeling in de Wet inkomstenbelasting 1964 en eerdere arresten van de Hoge Raad, terwijl de inspecteur zich beriep op het ontbreken van een dergelijke regeling in de Wet Vpb en op materieelrechtelijke argumenten.
Het hof oordeelde dat de verliesverrekening formeel moet plaatsvinden door vermindering van een bestaande aanslag. Omdat voor 1988 geen aanslag was opgelegd door ambtelijk verzuim binnen de wettelijke termijn, kon het verlies van 1991 niet met dat jaar worden verrekend. Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur en stelde de aanslag 1989 vast op een lager belastbaar bedrag.
Daarnaast veroordeelde het hof de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende. De uitspraak werd op 13 november 1996 door het hof gewezen.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting 1989 wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van f 208.657 wegens onjuiste verliesverrekening met het jaar 1988.