ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8006
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Van der Ouderaa
- Hartman
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk tegen naheffingsaanslag dividendbelasting aan derde
Belanghebbende, een naamloze vennootschap gevestigd op de Nederlandse Antillen, maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag dividendbelasting die aan een andere vennootschap (B BV) was opgelegd. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende niet de inhoudingsplichtige was en ook niet aannemelijk had gemaakt gemachtigde te zijn van B.
In het geding stond primair de ontvankelijkheid van het bezwaar centraal, subsidiair de juistheid van de naheffingsaanslag. Het hof oordeelde dat op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen alleen de inhoudingsplichtige bezwaar kan maken tegen een naheffingsaanslag. De stelling dat belanghebbende als aandeelhouder bezwaar mocht maken, werd verworpen.
Belanghebbende voerde tevens aan dat de wettelijke regeling in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en diverse mensenrechtenverdragen, maar deze argumenten werden niet gevolgd. Ook het beroep op een vermeende volmacht om B te vertegenwoordigen faalde wegens gebrek aan bewijs en toepasselijke statutaire bepalingen.
Het hof wees ook het beroep af dat de inspecteur zijn hoorplicht had geschonden, omdat belanghebbende voldoende gelegenheid had gekregen haar belangen te verdedigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaarschrift van belanghebbende niet-ontvankelijk en bevestigt de naheffingsaanslag aan B.