ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8121
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Faase
- Van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens onvoldoende bewijs herkomst storting
Belanghebbende werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1991, waarbij een storting van 100.000 gulden ten gunste van zijn vader werd betrokken in het belastbaar inkomen. De inspecteur stelde dat deze storting afkomstig was uit belastbare inkomsten, terwijl belanghebbende verklaarde dat het geld afkomstig was van opname van uitkeringen van zijn ouders en dat hij dit bedrag slechts had doorgeboekt.
Tijdens de procedure bleek dat belanghebbende niet beschikte over bankboekjes van de buitenlandse bankrekeningen, omdat deze in het buitenland niet werden uitgegeven, en dat hij niet kon voldoen aan alle gevraagde informatie. Het hof oordeelde dat belanghebbende redelijkerwijs had voldaan aan zijn informatieplicht en dat er geen sprake was van omkering van de bewijslast.
De inspecteur kon niet aannemelijk maken dat het bedrag van 100.000 gulden uit een bron van inkomen volgens de Wet op de inkomstenbelasting 1964 afkomstig was. Het hof vernietigde daarom de navorderingsaanslag en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs door de inspecteur en de grenzen aan de informatieplicht van de belastingplichtige, zeker wanneer relevante gegevens niet beschikbaar zijn door buitenlandse bankpraktijken.
De beslissing werd op 23 juni 1999 uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam, waarbij de inspecteur in het ongelijk werd gesteld.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1991 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat de storting van 100.000 gulden tot het belastbaar inkomen behoort.