ECLI:NL:HR:1997:AA3259
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting na Femisbank-onderzoek
Belanghebbende, een banketbakker met een eenmanszaak, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1989 tot en met 1992. Deze aanslag betrof onder meer niet geboekte omzet die werd vermoed vanwege stortingen op een nummerrekening bij de failliete Femisbank.
Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag voor het bedrag aan enkelvoudige belasting bevestigd, terwijl de verhoging deels werd kwijtgescholden. Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat hij in zijn verdediging was geschaad en dat de naheffing onterecht was.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat het aan belanghebbende was om de herkomst van de stortingen te verklaren. Het feitelijke oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt over zulke grote contante bedragen te beschikken, was niet onbegrijpelijk en kan in cassatie niet worden getoetst.
Ook het bedrag van de naheffing werd door het Hof terecht vastgesteld. Klachten over de procesgang en het tijdstip van het indienen van het verweer werden verworpen. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.