ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8155
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- mr. Dutmer
- mr. Van der Ouderaa
- dr. Blokland
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt voorwaarden fiscale eenheid wegens gebrek tegenbewijsregeling
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen de door de inspecteur gestelde voorwaarden bij de vorming van een fiscale eenheid met haar moedervennootschap. Het geschil betrof de rechtsgeldigheid van voorwaarden 14, 15a, 16, 17 en 20, die betrekking hebben op verliesverrekening en vermogensmutaties binnen de fiscale eenheid.
Het Hof onderzocht of deze voorwaarden binnen de grenzen van artikel 15, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 vallen en of zij niet leiden tot willekeurige of onredelijke belastingheffing. Voorwaarde 14 en 15a werden vernietigd voor zover belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld tegenbewijs te leveren dat de sancties niet gerechtvaardigd zijn. De overige voorwaarden werden bevestigd, waarbij voorwaarde 16 als een sanctiebepaling werd gezien die binnen de delegatiebevoegdheid valt.
Het Hof oordeelde dat een tegenbewijsregeling redelijk en proportioneel is en dat het ontbreken daarvan leidt tot een disproportionele beperking van de rechten van belanghebbende. Het Hof wees terugverwijzing en herformulering van voorwaarden af en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd op 25 mei 1999 uitgesproken door mr. Dutmer, mr. Van der Ouderaa en dr. Blokland.
Uitkomst: Voorwaarden 14 en 15a zijn onverbindend zonder tegenbewijsregeling; overige voorwaarden worden bevestigd.