ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8181
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Schaap
- Faase
- Rechtspraak.nl
Vaststelling opgeofferd bedrag deelneming na afwaardering vordering en volstorting aandelenkapitaal
Belanghebbende betwistte de door de inspecteur vastgestelde waarde van het opgeofferde bedrag voor de deelneming in A B.V., dat was vastgesteld op ƒ10.600.000. Zij stelde dat dit bedrag vermeerderd moest worden met de in 1993 afgewaardeerde vordering op A B.V., die ter volstorting van een aandeel was aangewend, waardoor het totaal ƒ107.857.793 zou bedragen.
De inspecteur stelde dat de verkoop van het hotel door A B.V. aan F voor een onzakelijk lage prijs had plaatsgevonden, wat zou duiden op een verkapte winstuitdeling. Hierdoor zou de afwaardering van de vordering niet ten laste van de winst kunnen worden gebracht en het opgeofferde bedrag niet verhoogd kunnen worden.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verkoop onzakelijk was. Het Hof achtte aannemelijk dat de B-groep in financiële problemen verkeerde en dat de verkoopprijs was vastgesteld door een onafhankelijke taxateur. Ook was niet gebleken van enige gelieerdheid tussen F en belanghebbende of B Corp.
Het Hof stelde het opgeofferde bedrag vast op ƒ107.857.793 en vernietigde de bestreden uitspraak. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het opgeofferde bedrag voor de deelneming in A B.V. wordt vastgesteld op ƒ107.857.793.