ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8182
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Schaap
- Van Sonderen
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over afname stamrechtverplichting ondanks eerdere goedkeuring Staatssecretaris
Belanghebbende bracht zijn eenmanszaak in 1975 in een besloten vennootschap in, waarbij een stamrechtverplichting werd bedongen. Na onderhandelingen met de belastingdienst werd het stamrecht in 1978 omgezet van 88.788 gulden naar 50.000 gulden, met goedkeuring van de Staatssecretaris dat dit bedrag buiten de heffing zou blijven.
In 1994 vond een afname van de stamrechtverplichting van 50.000 gulden plaats, welke werd verrekend met de rekening-courant van belanghebbende. De inspecteur nam dit bedrag in de inkomstenbelastingheffing op en legde een navorderingsaanslag op, inclusief een boete wegens niet-opgave.
Belanghebbende betoogde dat het bedrag van 50.000 gulden nooit belast mocht worden en dat de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn verminderd moest worden. Het hof oordeelde dat het bedrag inderdaad stakingswinst betrof en dat de eerdere goedkeuring van de Staatssecretaris slechts zag op het jaar 1978, niet op latere jaren.
De navorderingsaanslag werd daarom bevestigd, maar de boete werd verminderd van 50% naar 25% wegens grove schuld zonder opzet. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd op 14 april 1999 door het hof vastgesteld.
Uitkomst: De navorderingsaanslag over de afname van het stamrecht werd bevestigd, de boete verminderd tot 25%, en proceskosten werden aan belanghebbende toegekend.