ECLI:NL:GHAMS:1999:AN8477
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.M.J.I. Steenbergen
- F.H.M. Possen
- M.J. Kuiper
- K.J.L. Hesselt van Dinter
- A. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navordering douanerechten wegens ongeldig certificaat van oorsprong
Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde goederen in met een certificaat van oorsprong uit Mongolië waarop aanspraak werd gemaakt op een preferentieel tarief. De Mongoolse douaneautoriteiten stelden in een controle a posteriori vast dat het certificaat niet door de bevoegde instantie was afgegeven en niet bij de betreffende goederen hoorde. Op grond hiervan werd een navordering van douanerechten opgelegd.
Belanghebbende voerde aan dat de brief van de Mongoolse douane niet rechtsgeldig was, de termijn voor boeking van de douaneschuld was overschreden en dat de inspecteur in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel had gehandeld. Tevens werd aangevoerd dat de douaneautoriteiten niet tijdig hadden gehandeld en dat de juiste procedures niet waren gevolgd.
De Tariefcommissie oordeelde dat de mededeling van de Mongoolse douane voldoende grondslag vormde voor ongeldigverklaring van het certificaat en navordering. De termijnoverschrijding voor boeking van de douaneschuld, zoals bedoeld in de artikelen 218 en 219 CDW, stond niet aan de navordering in de weg zolang deze binnen de termijn van drie jaar van artikel 221, lid 3, CDW plaatsvond.
De commissie verwierp het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en stelde dat de bewijslast voor de oorsprong van de goederen bij belanghebbende lag. De bestreden uitspraak werd bevestigd en de navordering gehandhaafd.
Uitkomst: De navordering van douanerechten wordt bevestigd ondanks bezwaren over de geldigheid van het certificaat en overschrijding van boekingstermijnen.