ECLI:NL:GHAMS:1999:AN8551
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- J.W.M. Tijnagel
- J. Heemskerk
- A. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indeling melkpoeder in Gemeenschappelijk Douanetarief op basis van vetgehalte
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen de door de douane toegepaste indeling van een partij melkpoeder in het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT). De kern van het geschil betrof de vraag of het melkpoeder moest worden ingedeeld onder post 0402 10 19 (met vetgehalte niet meer dan 1,5%) of onder post 0402 21 17 (met vetgehalte meer dan 1,5%).
De douane had bij verificatie een monster genomen dat in drie eindmonsters werd gesplitst. Het Laboratorium voerde een analyse uit volgens de Röse-Gottlieb-methode en stelde een vetgehalte van ongeveer 1,7% vast. Een heronderzoek bevestigde dit resultaat. Belanghebbende stelde dat het vetgehalte lager was, verwijzend naar een analyse van SGS op een ander monster uit dezelfde productiepartij, met een vetgehalte van 1,36%. Ook maakte belanghebbende bezwaar tegen het zoekraken van het derde monster.
De Tariefcommissie oordeelde dat de ambtelijke monsterneming correct was uitgevoerd en dat het monster representatief was voor de ingevoerde goederen. De uitslagen van het Laboratorium waren betrouwbaar en voldeden aan de wettelijke voorschriften. Het lagere vetgehalte van het SGS-monster, dat uit een ander deel van de partij was genomen, kon niet als representatief worden beschouwd. Het zoekraken van het derde monster deed niet af aan de geldigheid van het onderzoek. Daarom bleef de bestreden uitspraak, die de indeling onder post 0402 21 17 bevestigde, in stand.
Uitkomst: De Tariefcommissie bevestigt de indeling van melkpoeder onder post 0402 21 17 op basis van het vastgestelde vetgehalte van meer dan 1,5%.