ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7636
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Onnes
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijk oordeel over winstuitdeling en arbeidsbeloning directeur-grootaandeelhouder
De directeur-grootaandeelhouder van een BV voerde in 1991 gelden op als geldlening, terwijl de Belastingdienst deze aanmerkte als winstuitdeling en arbeidsbeloning. Na een boekenonderzoek en diverse correcties stelde de Belastingdienst een aanslag vast op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 78.122.
Het geschil betrof de kwalificatie van de opgenomen gelden in 1991: waren deze een geldlening of vormen zij belastbare winstuitdeling en arbeidsbeloning? De belanghebbende stelde dat de gelden waren opgenomen op basis van een geldleningsovereenkomst die in 1992 formeel werd gesloten, en dat hij in 1991 afzag van salaris vanwege de financiële situatie van de BV.
Het Hof oordeelde dat de geldleningsovereenkomst geen schijnhandeling was en dat de opnamen daadwerkelijk als lening moesten worden aangemerkt. Er was onvoldoende bewijs dat de gelden als winstuitdeling of arbeidsbeloning moesten worden beschouwd. De aanslag werd dan ook verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 3.197. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting over 1991 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 3.197 en de proceskosten worden aan belanghebbende vergoed.