ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7693
Gerechtshof Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- H. Smit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake loonbelastingheffing en strafrechtelijke pleitbaarheid
Verzoeker, een effectenhandel- en beleggingsmaatschappij, werd geconfronteerd met een besluit van de Belastingdienst waarin werd vastgesteld dat een winstgevende transactie, uitgevoerd buiten de boeken, voor zijn rekening en risico was gedaan en dat de gerealiseerde vermogenswinst was aangewend voor beloning van directie en personeel.
Verzoeker betwistte dat de contante betalingen aan directie en personeel als loon uit dienstbetrekking belast konden worden en wilde met het verzoek om een voorlopige voorziening tevens duidelijkheid over de pleitbaarheid van dit standpunt in een eventuele strafprocedure. Tevens stelde verzoeker dat aanvankelijk een aanslag met verhoging was opgelegd.
De president oordeelde dat het voordeel uit de transactie in wezen voor rekening van verzoeker kwam en aangewend was als aanvullende beloning, waardoor loonbelasting verschuldigd was. Het resultaat in de bodemprocedure werd niet als onzeker genoeg gezien om een voorlopige voorziening te treffen. Tevens werd niet aannemelijk geacht dat een aanslag met verhoging was opgelegd en later vervallen.
De president zag geen aanleiding zich uit te laten over een eventuele boete omdat geen boete was opgelegd. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.