ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7978
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Onnes
- Rechtspraak.nl
Vermindering belastbaar inkomen wegens levensonderhoud grootmoeder in Suriname
Belanghebbende maakte in haar aangifte inkomstenbelasting 1997 een bedrag van ƒ 7.200 als buitengewone lasten aftrekbaar wegens uitgaven voor het levensonderhoud van haar grootmoeder F.B. in Suriname. Het geschil betrof de vraag of deze uitgaven met voldoende schriftelijke bescheiden waren aangetoond en of zij op een voor de belastingdienst controleerbare wijze waren gedaan.
Het hof stelde vast dat belanghebbende betalingen had gedaan via wisselkantoren, waarvan kwitanties waren overgelegd die aantonen dat bedragen het vermogen van belanghebbende hadden verlaten en bestemd waren voor Suriname. Daarnaast waren kwitanties van een Stichting voor thuiszorg in Suriname overgelegd waaruit blijkt dat betalingen aan de Stichting waren gedaan ten behoeve van F.B. De inspecteur had de aftrek geweigerd wegens onvoldoende controleerbaarheid en het ontbreken van bewijs dat de betalingen daadwerkelijk ten goede kwamen aan F.B.
Het hof oordeelde dat de kwitanties, in onderling verband bezien, voldoende bewijs vormden dat bedragen uit het vermogen van belanghebbende in dat van B.B. (dochter van F.B.) waren gevloeid en dat deze betalingen waren bestemd voor de verzorging van F.B. De inspecteur mocht de aftrek niet weigeren voor een bedrag van ƒ 4.400 minus een niet-aftrekbaar bedrag van ƒ 800, zodat een aftrek van ƒ 3.600 werd vastgesteld. De aanslag werd dienovereenkomstig verminderd. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Aanslag inkomstenbelasting 1997 verminderd wegens aftrekbare uitgaven voor levensonderhoud grootmoeder in Suriname tot belastbaar inkomen van ƒ 87.773.