ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8395
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.L.C. Hermans
- J.H.M. Willems
- M.W.E. Koopmann
- Rechtspraak.nl
Bevel tot vervolging wegens misdrijven tegen de menselijkheid en foltering in Suriname 1982
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 20 november 2000 besloten tot vervolging van verdachte wegens ernstige misdrijven tegen de menselijkheid, waaronder foltering en moord, gepleegd op of omstreeks 8 en 9 december 1982 in Paramaribo, Suriname. Het hof baseert zich hierbij op een deskundigenrapport van prof. C.J.R. Dugard, waarin wordt bevestigd dat deze feiten onder het internationaal gewoonterecht vallen en dat vervolging in Nederland mogelijk is via het universaliteitsbeginsel.
De verdediging voerde immuniteit aan wegens de status van verdachte als staatshoofd ten tijde van de feiten, maar het hof verwierp dit argument omdat ernstige strafbare feiten niet tot officiële taken van een staatshoofd kunnen worden gerekend. Tevens werd bevestigd dat misdrijven tegen de menselijkheid niet verjaren en dat de Nederlandse Uitvoeringswet Folteringverdrag ook met terugwerkende kracht kan worden toegepast zonder schending van het legaliteitsbeginsel.
Het hof benadrukte dat vervolging ook mogelijk is voor het zelfstandig doden van slachtoffers, los van foltering, en dat de vervolgingsgrondslag niet beperkt wordt tot de precieze kwalificatie van de feiten. Het hof beveelt de officier van justitie een gerechtelijk vooronderzoek in te stellen en de vervolging voort te zetten, waarbij rekening wordt gehouden met eventuele ontwikkelingen in Suriname. De beschikking is algemeen verkrijgbaar gesteld.
Uitkomst: Het hof beveelt de vervolging van verdachte wegens misdrijven tegen de menselijkheid en foltering gepleegd in Suriname in 1982.