ECLI:NL:PHR:2001:AB1471
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over terugwerkende kracht en universele strafrechtsmacht bij foltering en moord in Suriname 1982
De zaak betreft een vordering tot cassatie in het belang der wet tegen een beschikking van het Gerechtshof Amsterdam die de vervolging van Desiré Delano Bouterse beval wegens betrokkenheid bij moord en foltering in Paramaribo in december 1982.
Het hof had geoordeeld dat de feiten als misdrijven tegen de menselijkheid kunnen worden beschouwd en dat foltering volgens internationaal gewoonterecht reeds in 1982 strafbaar was. Het hof stelde dat de Uitvoeringswet folteringverdrag, hoewel pas in 1989 in werking getreden, met terugwerkende kracht kan worden toegepast omdat het verdrag een declaratoir karakter heeft.
De Hoge Raad oordeelt echter dat toepassing van de Uitvoeringswet folteringverdrag met terugwerkende kracht op feiten uit 1982 in strijd is met het legaliteitsbeginsel zoals neergelegd in artikel 16 Grondwet Pro en artikel 1 Sr Pro. Ook is terugwerkende toepassing van de universele strafrechtsmacht niet toegestaan omdat de wetgever dit niet heeft voorzien. Daarnaast stelt de Hoge Raad dat universele strafrechtsmacht slechts kan worden uitgeoefend indien de verdachte zich op Nederlands grondgebied bevindt. De vervolging van Bouterse is daarom niet toelaatbaar zolang hij zich niet in Nederland bevindt.
Verder behandelt de Hoge Raad de vraag van verjaring en concludeert dat het recht tot strafvordering voor mishandeling uit 1982 reeds was verjaard ten tijde van de beschikking. Ook bespreekt de Hoge Raad de reikwijdte van het legaliteitsbeginsel, de verhouding tussen nationaal recht en volkenrecht, en de beperkingen van universele jurisdictie.
De conclusie is dat het hof ten onrechte de vervolging heeft bevolen op basis van terugwerkende toepassing van de Uitvoeringswet folteringverdrag en dat de vervolging van Bouterse niet mogelijk is zolang hij niet in Nederland is. De zaak werpt belangrijke vragen op over de toepassing van universele strafrechtsmacht en het legaliteitsbeginsel in het Nederlandse strafrecht.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat terugwerkende toepassing van de Uitvoeringswet folteringverdrag niet is toegestaan en dat vervolging van Bouterse niet mogelijk is zolang hij zich niet in Nederland bevindt.