ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8671
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Faase
- Blokland
- Rechtspraak.nl
Pensioenaanspraak afzien bij aandelenverkoop kwalificeert als loon uit vroegere dienstbetrekking
In deze zaak stond centraal of het afzien van een pensioenaanspraak door Y, werknemer en aandeelhouder van belanghebbende, in verband met de verkoop van aandelen in 1996 als loon uit vroegere dienstbetrekking moet worden aangemerkt volgens artikel 11c, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964.
Het Hof stelde vast dat Y mogelijk een zakelijke overweging had om als aandeelhouder af te zien van zijn pensioenaanspraak, maar dat er geen dwingende maatschappelijke redenen waren die dit als werknemer rechtvaardigden. De pensioenaanspraak was dus wel voor verwezenlijking vatbaar. Belanghebbende stelde dat de toepassing van artikel 11c beperkt zou zijn tot gevallen van misbruik of oneigenlijk handelen, maar het Hof verwierp dit standpunt op grond van de wetsgeschiedenis en tekst.
Verder oordeelde het Hof dat belanghebbende weliswaar bewust geen loonbelasting had afgedragen, maar dit niet opzettelijk in strijd met de wet was, en dat er geen sprake was van grove schuld. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, waarbij de naheffingsaanslag werd gehandhaafd, de boete vernietigd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak bevestigt dat het afzien van pensioenaanspraken door werknemers-aandeelhouders bij aandelenverkoop fiscaal als loon kan worden aangemerkt, ook zonder misbruik of oneigenlijk handelen, tenzij er dwingende maatschappelijke redenen zijn.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt gehandhaafd, de boete vernietigd, en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.