ECLI:NL:GHAMS:2000:AL6262
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- A. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid houder carnet TIR voor douaneschuld bij niet-zuivering goederen
Belanghebbende was houder van een carnet TIR voor extern douanevervoer van sigaretten naar Marokko via Cadiz, Spanje. De goederen zijn niet op het kantoor van bestemming aangemeld en het terugzendingsexemplaar van het carnet TIR werd niet ontvangen, waardoor een douaneschuld ontstond. Belanghebbende voerde aan dat de uitnodiging tot betaling onvoldoende was gemotiveerd, dat de onttrekking van de goederen aan het douanetoezicht in Spanje had plaatsgevonden en dat hij niet aansprakelijk kon worden gesteld.
De Tariefcommissie oordeelde dat belanghebbende voldoende was geïnformeerd over de uitnodiging tot betaling en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat de goederen daadwerkelijk in Spanje waren onttrokken. Het valse stempel op het carnet TIR was onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van belanghebbende bij onttrekking. De aansprakelijkheid van belanghebbende als titularis van het carnet TIR volgt uit de artikelen 91-97 en 204 van het CDW, aangezien de douaneregeling niet regelmatig was beëindigd.
Verder werd geoordeeld dat Nederland als heffingsbevoegde lidstaat kon optreden op grond van artikel 215 CDW Pro. Het beroep op beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel, werd verworpen omdat geen vergelijkbare gevallen waren aangetoond en de douane geen verplichting had tot waarschuwing bij mogelijke fraude. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beschikking bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de beschikking van de inspecteur bevestigd.