ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0105
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Boersma
- Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van omzetbelastingheffing bij niet-zuivering douanedocument en onttrekking goederen aan douanetoezicht
Belanghebbende had personenauto's, waaronder een Chevrolet Camaro, onder de douaneregeling actieve veredeling geplaatst en vervolgens onder extern communautair douanevervoer gebracht. Na onderzoek bleek dat het douanedocument T1 niet was gezuiverd en dat geen bewijs van regelmatigheid van het vervoer was geleverd.
De inspecteur legde een uitnodiging tot betaling op voor omzetbelasting en douanerechten op grond van artikel 203 en Pro 204 van het Communautair Douanewetboek (CDW) en artikel 22 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968. Belanghebbende betwistte de verschuldigdheid van omzetbelasting, stellende dat bij toepassing van artikel 204 CDW Pro geen sprake is van invoer zoals bedoeld in artikel 18 van Pro de Wet.
Het Hof stelde vast dat het beroep bij de Tariefcommissie was ingetrokken, waardoor de heffing van douanerechten onherroepelijk vaststaat. Het Hof oordeelde dat het ontbreken van bewijs van regelmatigheid het vermoeden rechtvaardigt dat goederen aan het douanetoezicht zijn onttrokken, en dat belanghebbende dit vermoeden niet heeft ontzenuwd. Hierdoor is sprake van invoer in Nederland en is omzetbelasting verschuldigd.
Het Hof wees tevens op de toepasselijkheid van artikel 7 van Pro de Zesde richtlijn, waarin het begrip 'onttrekken' ook niet-reguliere beëindiging van douaneregelingen omvat. De plaats van onttrekking werd geacht Nederland te zijn, omdat de goederen daar onder de regeling extern communautair douanevervoer waren geplaatst en geen feiten waren gesteld die een andere lidstaat aannemelijk maakten.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitnodiging tot betaling van omzetbelasting en douanerechten bevestigd.