ECLI:NL:PHR:2003:AF0412
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over heffing omzetbelasting en accijns bij invoer van sigaretten met onregelmatigheden douanedocumenten
Belanghebbende ontving een uitnodiging tot betaling (UTB) voor invoerrecht, omzetbelasting en accijns wegens het niet zuiveren van een T1-document bij de invoer van 300 kartons sigaretten.
De Portugese douane constateerde valse stempels en handtekeningen op het T1-document en dat de goederen niet bij het kantoor van bestemming waren aangebracht. De Inspecteur stelde dat hierdoor sprake was van onttrekking aan het douanetoezicht in Nederland, wat een belastbaar feit voor omzetbelasting en accijns zou vormen.
Het Hof stelde vast dat niet was gebleken dat de goederen feitelijk in Nederland waren onttrokken, waardoor het belastbare feit invoer voor omzetbelasting en accijns niet had plaatsgevonden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat de Inspecteur onvoldoende heeft gesteld dat de onttrekking daadwerkelijk in Nederland heeft plaatsgevonden.
De conclusie benadrukt dat de bewijsfictie voor plaatsbepaling van de douaneschuld niet doorwerkt naar de heffing van omzetbelasting en accijns. De bewijslast ligt bij de Inspecteur om de feitelijke onttrekking in Nederland aan te tonen. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard, waarbij de vrees voor een fiscaal niemandsland ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; de naheffing omzetbelasting en accijns wordt afgewezen wegens ontbreken van feitelijke onttrekking in Nederland.