ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2559
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Faase
- Den Boer
- Meussen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid coming-backserviceverplichtingen pensioen bij winstbepaling
Belanghebbende, een BV te Z, had haar pensioenverplichtingen ondergebracht bij een verzekeringsmaatschappij. De kern van het geschil betrof de aftrekbaarheid van coming-backserviceverplichtingen bij de winstbepaling, met name voor pensioenrechten waarvoor nog koopsommen of premies moesten worden betaald. Na eerdere procedures en een vernietigend arrest van de Hoge Raad werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
Het Hof stelde vast dat de wetgever niet beoogde dat de verschuldigdheid van inhaalpremies een beletsel vormt voor aftrekbaarheid, maar dat deze aftrek proportioneel moet zijn aan het reeds gefinancierde deel van de pensioenrechten. De waarde van de schuld uit coming-backserviceverplichtingen dient te worden bepaald op basis van de daadwerkelijk verschuldigde toeslagen en koopsommen, waarbij een realistische inschatting van toekomstige toeslagen (gemiddeld 2,5% per jaar) leidend is.
Het Hof verwierp het standpunt van de inspecteur dat het rentestandskortingdepot voor actieve werknemers volledig geactiveerd moest worden, en oordeelde dat het depot, voor zover het betrekking heeft op gefinancierde pensioenrechten, buiten de winstbepaling kan blijven. De aanslag vennootschapsbelasting werd dienovereenkomstig verminderd, en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting verminderd.