ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2763
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toeristenbelasting op basis van het aantal feitelijke slaapplaatsen in vakantiewoning
Belanghebbende is eigenaar van een vakantiewoning met drie bedden, maar de gemeente legde een aanslag toeristenbelasting op gebaseerd op meer dan drie slaapplaatsen. De verordening bepaalt dat het aantal personen voor de belasting afhankelijk is van het aantal slaapplaatsen. Verweerder stelde dat ook plekken die geschikt zijn om als slaapplaats te dienen, maar niet feitelijk als zodanig werden gebruikt, meegeteld moesten worden.
Het Hof oordeelde dat onder slaapplaats moet worden verstaan een ruimte of plek waarop daadwerkelijk een bed, slaapbank, matras of vergelijkbaar ligt waarop men slaapt of kan slapen, of een plek met een voorwerp dat snel om te bouwen is tot slaapplaats. Een plek die slechts geschikt is om als slaapplaats te dienen maar niet feitelijk als zodanig wordt gebruikt, telt niet mee.
Verweerder kon niet aantonen dat er meer dan drie slaapplaatsen feitelijk aanwezig waren gedurende de periode dat belanghebbende eigenaar was. Daarom werd de aanslag verminderd tot een bedrag gebaseerd op drie slaapplaatsen. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van een deel van de gemaakte kosten voor het bezwaar, maar niet voor reiskosten die niet aannemelijk waren gemaakt.
De uitspraak bevestigt de noodzaak van feitelijke aanwezigheid van slaapplaatsen voor de heffing van toeristenbelasting en beperkt de aanslag dienovereenkomstig.
Uitkomst: De aanslag toeristenbelasting wordt verminderd tot een bedrag gebaseerd op drie feitelijke slaapplaatsen.