ECLI:NL:GHAMS:2001:AB8103
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Den Boer
- Faase
- Rechtspraak.nl
Matiging boete loonheffing wegens ontbreken loonbelastingverklaringen
Belanghebbende exploiteerde in 1998 een kledingatelier met tientallen werknemers. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffing op omdat werknemers pas in 1999 loonbelastingverklaringen indienden, en verhoogde deze met een boete van 50% wegens opzet.
Het Hof oordeelde dat het anoniementarief van 60% terecht werd toegepast omdat de loonbelastingverklaringen ontbraken, ondanks dat belanghebbende beschikte over identiteitsbewijzen en arbeidscontracten. Het Hof vond echter geen bewijs van opzet, maar stelde wel grove schuld vast, waardoor de boete werd gematigd tot ƒ 10.000.
Voor drie werknemers zonder kopieën van identiteitsbewijzen werd een boete van 50% passend geacht, vastgesteld op ƒ 5.800. De boete werd in totaal vastgesteld op ƒ 15.800. Het Hof oordeelde dat er geen sprake was van dubbele bestraffing met de politierechter.
Daarnaast werd belanghebbende proceskosten van ƒ 2.130 toegekend en het griffierecht van ƒ 60 vergoed. Het beroep werd gegrond verklaard, de boetebeschikking vernietigd en aangepast, en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: De boete wegens het ontbreken van loonbelastingverklaringen wordt gematigd tot ƒ 15.800 en de naheffingsaanslag loonheffing over 1998 wordt gehandhaafd.