ECLI:NL:GHAMS:2001:AD7970
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid van betalingen aan echtgenoot zonder duurzaam gescheiden leven voor belastingjaar 1999
Belanghebbende is in 1999 in het buitenland gehuwd met X, de vader van haar kind, die het kalenderjaar grotendeels in dat buitenland verbleef in afwachting van erkenning van het huwelijk in Nederland. Belanghebbende betaalde X meerdere malen geld ter voorziening in zijn levensonderhoud, terwijl X geen eigen middelen had.
Het geschil betrof de vraag of deze betalingen aftrekbaar waren van de inkomstenbelasting 1999. Het Hof oordeelde dat betalingen gedaan vóór het huwelijk niet aftrekbaar zijn omdat er geen familierechtelijke betrekking bestond. Ook tijdens het huwelijk zijn de betalingen niet aftrekbaar omdat zij niet voortvloeien uit een wettelijke verplichting en het echtpaar niet duurzaam gescheiden leefde.
Verder stelde belanghebbende dat zij de onderhoudsverplichting van haar kind jegens X had overgenomen, maar het Hof verwierp dit omdat de betalingen niet voortvloeiden uit een dergelijke verplichting. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat geen bewijs werd geleverd dat andere belastingdiensten een ander beleid voerden.
De conclusie was dat de betalingen niet aftrekbaar zijn als persoonlijke verplichtingen of buitengewone lasten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1999 blijft ongewijzigd.