ECLI:NL:GHAMS:2001:AN7319
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.W.M. Tijnagel
- A. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid inspecteur tot inning douanerechten bij niet-zuivering aangifte extern communautair vervoer
Belanghebbende deed op 31 januari 1997 een aangifte voor extern communautair douanevervoer met bestemming Noord-Ierland. Het vijfde exemplaar van de aangifte werd niet terugontvangen en het centrale zuiveringskantoor van het Verenigd Koninkrijk kon geen zuiveringsinformatie verstrekken. De inspecteur stuurde een uitnodiging tot betaling van douanerechten, maar verzond niet de vereiste kennisgeving op grond van artikel 379 UCDW Pro.
Belanghebbende betwistte de bevoegdheid van de inspecteur tot inning, stellende dat de wettelijke grondslagen onvoldoende waren vermeld en dat de kennisgeving ontbrak. De inspecteur verweerde zich met verwijzing naar het faillissement van belanghebbende en een afwijking van de kennisgevingsplicht op grond van de Invorderingswet.
De commissie oordeelde dat de inspecteur bewust had nagelaten de kennisgeving te doen, in strijd met het arrest van het Hof van Justitie (C-233/98). Hierdoor ontbrak de bevoegdheid tot inning van de douanerechten en moest de inning ongedaan worden gemaakt. Het beroep van de inspecteur op de Invorderingswet faalde omdat deze de regeling van artikel 379 UCDW Pro niet terzijde kan stellen.
De Tariefcommissie vernietigde de bestreden uitspraak, stelde het te betalen bedrag op nihil, veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De inning van de douanerechten wordt vernietigd wegens het ontbreken van de vereiste kennisgeving, en het bedrag wordt verminderd tot nihil.