ECLI:NL:GHAMS:2001:AO1693
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- Th.J.G. van Berkum
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing douanerechten wegens onvoldoende bewijs uitvoer staalkabels
Belanghebbende, een handelsmaatschappij in scheepsbenodigdheden, beschikte over een vergunning bijzondere bestemmingen voor invoer van goederen met schorsing van douanerechten, bestemd voor scheepsbouw en onderhoud. Na een controle over 1994-1997 stelde de inspecteur vast dat voor een partij van 2800 meter staalkabel de uitvoer niet met de vereiste afgetekende controle-exemplaren T5 of formulieren EX-3 was aangetoond. Hierdoor werd een uitnodiging tot betaling van douanerechten opgelegd.
Belanghebbende voerde aan dat ook ander bewijs dan voorgeschreven in de vergunning mogelijk moet zijn en dat de inspecteur in een vergelijkbare zaak alternatief bewijs accepteerde. Tevens stelde belanghebbende dat het ontbreken van originele uitvoerdocumenten niet aan hem te wijten was en dat het zorgvuldigheidsbeginsel in het geding was. De inspecteur handhaafde dat de vergunning voorschrijft dat alleen afgetekende T5 of EX-3 formulieren als bewijs gelden en dat alternatieve bewijsstukken onvoldoende zijn.
De Tariefcommissie oordeelde dat de vergunning voorschrijft dat het bereiken van de bestemming moet worden aangetoond met afgetekende controle-exemplaren T5 of EX-3 formulieren. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de goederen die onder de regeling zijn gebracht dezelfde zijn als de stukken die hij heeft overgelegd. Daarom is de heffing van douanerechten terecht. De commissie bevestigt de uitspraak van de inspecteur en wijst het beroep af.
Uitkomst: De Tariefcommissie bevestigt de heffing van douanerechten wegens onvoldoende bewijs van het bereiken van de bijzondere bestemming.