ECLI:NL:GHAMS:2001:AO2827

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 april 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
0233/99
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 380 UCDWArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak douanerechten wegens geleverd bewijs regelmatigheid douanevervoer

Belanghebbende, een naamloze vennootschap, maakte bezwaar tegen een uitnodiging tot betaling van douanerechten van f 25.366,20. Deze uitnodiging was gebaseerd op het niet aantonen van regelmatigheid van het communautair douanevervoer van een partij kleding uit Thailand bestemd voor Nederland.

In eerste instantie werd het bezwaar afgewezen omdat het bewijs van regelmatigheid ontbrak. Belanghebbende stelde dat de goederen onder een ander document T1 naar Oostenrijk waren vervoerd en overhandigde een afschrift van een bulletin de remise als bewijs. De inspecteur betwistte de echtheid van dit document.

Tijdens de mondelinge behandeling overhandigde belanghebbende een origineel en gewaarmerkt bulletin de remise. De inspecteur liet vervolgens bevestigen door de Oostenrijkse douane dat het document authentiek was. De Tariefcommissie oordeelde dat hiermee het bewijs van regelmatigheid was geleverd en vernietigde de eerdere uitspraak, stelde het bedrag aan douanerechten op nihil en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht.

Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

Uitkomst: De Tariefcommissie vernietigt de uitspraak en stelt het bedrag aan douanerechten op nihil wegens geleverd bewijs van regelmatigheid douanevervoer.

Uitspraak

TARIEFCOMMISSIE
Uitspraak
in de zaak nr. 0233/99 TC
de dato 17 april 2001
1. De procedure
1.1. Op 1 december 1999 is een beroepschrift ingekomen van naamloze vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X te Y, belanghebbende. Het beroepschrift is gericht tegen de uitspraak van het Hoofd van het douanedistrict te Z (hierna: de inspecteur) van 18 november 1999, kenmerk ..., waarbij - voorzover hier van belang - het bezwaar tegen het bedrag aan douanerechten, groot f 25.366,20, genoemd in de uitnodiging tot betaling van 16 juli 1999, nummer ... , werd afgewezen.
1.2. Van belanghebbende is door de secretaris van de Tariefcommissie een griffierecht van f 450,-- geheven. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden in raadkamer tijdens de zitting van de Tariefcommissie van 7 november 2000. Daar is namens belanghebbende verschenen C. Namens de inspecteur zijn verschenen D en E.
2. De vaststaande feiten
2.1. Op 6 augustus 1998 is onder nummer ... een document T1 afgegeven op een aangifte tot plaatsing van een partij kleding onder de regeling communautair douanevervoer. Het land van verzending is Thailand. De goederen waren bestemd voor O B.V. te S. De goederen zijn nimmer aangebracht op het kantoor van bestemming.
2.2. Op 19 april 1999 is een kennisgeving niet-zuivering aan belanghebbende gezonden. Hierop is geen reactie ontvangen, waarna de sub 1.1. vermelde uitnodiging tot betaling volgde.
2.3. In de bezwaarfase is door belanghebbende een afschrift van het "bulletin de remise", nummer TR ..., van 18 augustus 1998 overgelegd.
3. Het geschil
In geschil is de vraag of de sub 1.1. genoemde uitnodiging tot betaling, voor wat het bedrag aan douanerechten betreft, op goede gronden is gedaan.
4. De standpunten van partijen
4.1. Belanghebbende stelt dat het onderhavige document T1 nimmer is gebruikt voor vervoer. De goederen zijn onder dekking van een ander document T1 vervoerd naar Oostenrijk. Hierbij is verzuimd om het in geding zijnde document T1 buiten werking te stellen. Als bewijs hiervoor is het afschrift van een bulletin de remise overgelegd.
4.2. De inspecteur verdedigt het standpunt dat het door belanghebbende overgelegde bulletin de remise niet een origineel is en niet door de Oostenrijkse douane is gewaarmerkt. Het vormt derhalve geen bewijs in de zin van artikel 380 van Pro de Uitvoeringsverordening communautair douanewetboek (UCDW). Het bewijs van de regelmatigheid van het douanevervoer is daarmee niet geleverd. De douanerechten zijn terecht van belanghebbende geheven.
4.3. Tijdens de mondelinge behandeling van deze zaak heeft belanghebbende een origineel en gewaarmerkt bulletin de remise overgelegd. De inspecteur is daarop door de Tariefcommissie in de gelegenheid gesteld de echtheid van het certificaat te laten onderzoeken. Bij brief van 23 november 2000 heeft de inspecteur de Tariefcommissie schriftelijk meegedeeld dat de Oostenrijkse douaneautoriteiten hebben bericht dat de visering echt en origineel is.
5. De rechtsoverwegingen
5.1. Belanghebbende dient het bewijs te leveren van de regelmatigheid van het douanevervoer dan wel dat de goederen zijn geplaatst onder een andere douaneregeling. In artikel 380 UCDW Pro is hiertoe een limitatieve opsomming gegeven van bewijsmiddelen.
5.2. Uit hetgeen sub 4.3. is weergegeven volgt dat belanghebbende het sub 5.1. genoemde bewijs heeft geleverd, zodat de litigieuze uitnodiging tot betaling en de uitspraak, waarvan beroep, voorzover zij de douanerechten betreffen, niet in stand kunnen blijven,
6. De proceskosten
De Tariefcommissie acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
7. De beslissing
De Tariefcommissie:
-vernietigt de uitspraak, waarvan beroep, voorzover deze de douanerechten betreft;
-vermindert het in de uitnodiging tot betaling van 16 juli 1999, nummer ..., begrepen bedrag aan douanerechten tot nihil;
-gelast de inspecteur aan belanghebbende het griffierecht, groot f 450,--, te vergoeden.
Aldus gewezen in raadkamer op 17 april 2001 door mr. F.H.M. Possen, voorzitter, mr. J.W.M. Tijnagel en mr.A. Bijlsma, leden in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch als secretaris.
De secretaris: De voorzitter:
De beslissing is in het openbaar uitgesproken ter zitting van 17 april 2001.