ECLI:NL:GHAMS:2002:AE1402
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Boersma
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid waterschapsbelasting na historische vrijstelling
Belanghebbende is eigenaar van een woning gelegen op een perceel dat sinds 1650 onder een overeenkomst viel waarbij vrijstelling van waterschapslasten werd verleend. Deze vrijstelling is nooit formeel beëindigd, maar is ook niet opgenomen in de geldende omslagverordening van het waterschap.
Voor de jaren 1997 en 1998 zijn geen aanslagen opgelegd, maar vanaf 1999 wel. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslagen, stellende dat de historische vrijstelling nog van kracht zou zijn. Het hof stelt vast dat de aanslagen zijn opgelegd conform de geldende omslagverordening, die in overeenstemming is met de Waterschapswet.
Het hof erkent dat belanghebbende op grond van de historische overeenkomst een gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat hij niet zou worden aangeslagen, maar dat dit vertrouwen door de expliciete mededeling in de bezwaarschriften voor 1995 en 1996 is weggenomen. Het hof oordeelt dat het waterschap met ingang van 1999 voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van belanghebbende door tijdig te waarschuwen.
De civielrechtelijke vrijstelling is niet aan de belastingrechter voorgelegd. Het hof verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag waterschapsbelasting voor 2000.