ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2144
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Den Boer
- Meussen
- Rechtspraak.nl
Gevolgen renteloze geldlening van vennootschap na emigratie en liquidatie voor belastingheffing
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap, ontving in de jaren 1992 tot en met 1995 renteloze geldleningen van een dochtermaatschappij voor privédoeleinden. Na emigratie van belanghebbende en verplaatsing van de vennootschap naar het buitenland werd de vennootschap geliquideerd en de vordering uitgekeerd als liquidatie-uitkering.
De inspecteur stelde dat de leningen schijnleningen waren en als winstuitdeling moesten worden belast, dan wel als voorschot op een liquidatie-uitkering. Het Hof oordeelde dat de leningen daadwerkelijk geldleningen waren, met een reële terugbetalingsverplichting, ondanks het ontbreken van rente en zekerheden.
Verder vond het Hof geen bewijs dat de geldleningen bedoeld waren als voorschot op de latere liquidatie-uitkering. De navorderingsaanslag werd daarom vernietigd. Belanghebbende werd in het gelijk gesteld en de proceskosten werden aan de inspecteur opgelegd.
Uitkomst: De navorderingsaanslag is vernietigd omdat de renteloze geldlening geen schijnhandeling is en niet als voorschot op liquidatie-uitkering wordt gezien.