ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2147
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Den Boer
- Meussen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldlening tussen belanghebbende en vennootschap als schuld in vermogensbelasting
Belanghebbende had renteloos geld geleend van zijn vennootschap Holding BV, die later werd geliquideerd waarbij de vordering als liquidatie-uitkering aan hem werd uitgekeerd. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat hij de lening als een schijnhandeling beschouwde en de bedragen als winstuitdelingen kwalificeerde.
Het Hof stelde vast dat de lening daadwerkelijk was overeengekomen en dat de partijen de bedoeling hadden dat de bedragen als geldlening zouden worden terugbetaald. Het ontbreken van rente en zekerheden deed hieraan niet af. Ook was er geen bewijs dat de lening een voorschot op de liquidatie-uitkering was.
Daarom oordeelde het Hof dat de lening fiscaal als schuld moest worden behandeld en dat de navorderingsaanslag ten onrechte was opgelegd. Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag vernietigd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag vermogensbelasting wordt vernietigd omdat de lening als schuld wordt erkend.