ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2200
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak OZB na niet-onherroepelijke WOZ-beschikking
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag onroerende-zaakbelasting (OZB) over 2001, stellende dat de waarde van zijn onroerende zaak te hoog was vastgesteld. Hoewel de brief van belanghebbende niet expliciet een bezwaar tegen de WOZ-beschikking vermeldde, oordeelde het hof dat deze brief mede als zodanig moest worden beschouwd.
Verweerder was niet verschenen bij de zitting en had geen opheldering gegeven over de behandeling van het bezwaar tegen de WOZ-beschikking. Het hof concludeerde dat verweerder de brief niet als bezwaar tegen de WOZ-beschikking in behandeling had genomen en gelast dit alsnog te doen.
Omdat de WOZ-beschikking niet onherroepelijk vaststond, mocht verweerder nog geen uitspraak doen op het bezwaar tegen de OZB-aanslag. De bestreden uitspraak werd daarom vernietigd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van belanghebbende.
De uitspraak werd op 17 april 2002 gedaan door het Gerechtshof Amsterdam, Elfde Enkelvoudige Belastingkamer.
Uitkomst: De uitspraak op bezwaar tegen de OZB-aanslag wordt vernietigd en verweerder wordt gelast het bezwaar tegen de WOZ-beschikking in behandeling te nemen.