ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2357
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Steenbergen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of afzonderlijk afsluitbare kantoorruimten gezamenlijk een onroerende zaak vormen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag onroerende-zaakbelastingen (gebruikersbelasting) voor de eerste verdieping van een kantoorpand, bestaande uit vijf afzonderlijk afsluitbare kamers die hij in gebruik had. De vraag was of deze kamers gezamenlijk als één onroerende zaak konden worden aangemerkt volgens de Wet WOZ en de gemeentelijke verordening.
Het hof stelde vast dat elke kamer afzonderlijk afsluitbaar is en bestemd is om als een zelfstandig geheel te worden gebruikt. Het ontbreken van eigen toiletfaciliteiten en een eigen voordeur deed hieraan niet af. Hoewel de eerste verdieping niet in zijn geheel afsluitbaar is, vormden de kamers die belanghebbende gebruikte een samenstel als bedoeld in artikel 16, onderdeel d, van de Wet WOZ.
Het hof oordeelde dat de kamers gezamenlijk een onroerende zaak vormen omdat zij alle door belanghebbende worden gebruikt en de indeling niet wijst op gebruik door verschillende gebruikers. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag bleef in stand.
Proceskosten werden niet toegewezen omdat geen bijzondere omstandigheden waren en belanghebbende in het ongelijk werd gesteld. De uitspraak verving de mondelinge uitspraak van 14 december 2001 en werd vastgesteld op 22 april 2002.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag onroerende-zaakbelastingen blijft gehandhaafd.