ECLI:NL:GHAMS:2002:AE6637
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting en berekening terug te ontvangen bedrag
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de inspecteur inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 1996. De inspecteur had de navorderingsaanslag verminderd tot een bedrag van ƒ 1.167, gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 18.542. Dit bedrag is niet in geschil.
Belanghebbende stelde dat de berekening van het terug te ontvangen bedrag onjuist was, omdat hij een ander bedrag van de eerder vastgestelde navordering aanvoerde. Het Hof oordeelde dat de berekening van het terug te ontvangen bedrag geen onderdeel uitmaakt van de bestreden uitspraak en dat een onjuistheid daarin niet tot vernietiging van de uitspraak kan leiden.
De inspecteur onderbouwde zijn standpunt met berekeningen en gegevens uit het computerbestand van de Belastingdienst, waaruit bleek dat het verschil in bedragen werd veroorzaakt door een ambtshalve vermindering van heffingsrente. Belanghebbende bracht geen bewijs tegen deze stelling in, zodat het Hof de inspecteur's berekening aannemelijk achtte.
Het Hof wees het beroep af en zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten, mede omdat het beroep niet kennelijk onredelijk was. De uitspraak werd gedaan door mr. Vrouwenvelder op 24 juli 2002.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur blijft in stand.