ECLI:NL:GHAMS:2002:AE8432
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bijl
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aftrek buitengewone lasten voor levensonderhoud verwanten in buitenland
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een aanslag inkomstenbelasting 1998, waarin hij aftrek van buitengewone lasten voor uitgaven aan levensonderhoud van verwanten in het buitenland vordert. Hij stelde dat hij ƒ 31.500 had uitgegeven voor de immigratie en het levensonderhoud van familieleden, waaronder zwagers, een schoonzuster en kinderen, maar kon dit niet met specificaties of betalingsbewijzen onderbouwen.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de uitgaven daadwerkelijk zijn gedaan ten behoeve van de bedoelde verwanten, noch dat deze uitgaven tot het levensonderhoud van die verwanten hebben gediend. Ook ontbraken schriftelijke bescheiden die de uitgaven konden staven. Daarnaast was onvoldoende inzicht gegeven in de inkomens- en vermogenspositie van de ondersteunde personen, waaronder de schoonvader.
Belanghebbende verwees naar eerdere jaren waarin aftrek was toegestaan, maar het hof stelde dat die bedragen niet vergelijkbaar waren en dat de inspecteur geen rechtens bindend vertrouwen had gewekt om ook voor 1998 aftrek toe te staan zonder bewijsstukken.
Het verzoek om uitstel van zitting werd afgewezen omdat belanghebbende geen omstandigheden had aangevoerd die verhinderen dat zijn gemachtigde de zitting bijwoonde. Het hof veroordeelde geen partij in de proceskosten en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1998 wordt gehandhaafd.