ECLI:NL:HR:2004:AO2284
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof Amsterdam inzake inkomstenbelastingaanslag 1998
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 147.695. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het verzoek van belanghebbende om de behandeling van het beroep ter zitting uit te stellen was afgewezen. Het Hof had niet duidelijk gemaakt dat het zich rekenschap had gegeven van de reden die belanghebbende daarvoor had opgegeven, noch had het deze reden afgewogen tegen het belang van een spoedige behandeling.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof Amsterdam en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's Gravenhage voor een volledige hernieuwde behandeling en beslissing. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor volledige hernieuwde behandeling.