ECLI:NL:GHAMS:2002:AE8439
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Bijl
- mr. Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Bestemmingswijziging bij bouw eerste agrarische bedrijfswoning en fiscale waardering
Belanghebbende, samen met zijn broer eigenaar van een agrarisch perceel, liet op een deel van dit perceel een eerste agrarische bedrijfswoning bouwen. De inspecteur legde aanslagen op inkomstenbelasting en premie arbeidsongeschiktheidsverzekering op, gebaseerd op een vermeende bestemmingswijzigingswinst. Belanghebbende betwistte dit en voerde aan dat de bouw van de eerste bedrijfswoning geen bestemmingswijziging is, omdat de grond dienstbaar blijft aan de landbouw.
Het Hof oordeelde dat de bouw van een eerste bedrijfswoning in het algemeen wel een bestemmingswijziging is, tenzij bijzondere omstandigheden worden gesteld die dit tegendeel bewijzen. Zulke omstandigheden ontbraken in deze zaak. Tevens stelde het Hof vast dat een bestemmingswijziging niet plaatsvindt door louter wijziging van het bestemmingsplan, maar pas wanneer de grond daadwerkelijk of waarschijnlijk binnenkort buiten de landbouw wordt gebruikt.
De waardering van de grond werd vastgesteld op basis van een taxatierapport van de Belastingdienst, waarbij de waarde van de grond met bedrijfswoning werd gesteld op ƒ 60.000 en de waarde als cultuurgrond op ƒ 3.250. De door belanghebbende gestelde lagere waardes werden afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslagen gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.