ECLI:NL:GHAMS:2002:AF1834
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Onnes
- Van Rijn
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslagen onroerende-zaakbelastingen wegens ontbreken WOZ-beschikking
Belanghebbende was eigenaar en gebruiker van een woning die in 1998 werd gebouwd en verkocht deze in 1999 vanwege uitzending naar Spanje. In 2001 werden aanslagen onroerende-zaakbelastingen voor 1999 opgelegd, terwijl de WOZ-beschikking pas later werd toegezonden aan de gemachtigde van belanghebbende.
Het geschil betrof de vraag of aanslagen terecht waren opgelegd zonder dat eerst de WOZ-waarde was vastgesteld en bekendgemaakt. Het hof constateerde dat de WOZ-beschikking op het moment van opleggen van de aanslagen niet was toegezonden en dat verweerder geen noodzaak of rechtvaardiging had om de aanslagen zonder WOZ-beschikking op te leggen.
De parlementaire geschiedenis van artikel 220d, vierde lid van de Gemeentewet toont aan dat aanslagen zonder WOZ-beschikking alleen in uitzonderlijke situaties mogen worden opgelegd. Omdat verweerder niet aannemelijk maakte dat zo’n situatie zich voordeed, was er geen heffingsgrondslag voor de aanslagen.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslagen en de bestreden uitspraak, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte bekendmaking van de WOZ-waarde voorafgaand aan het opleggen van aanslagen onroerende-zaakbelastingen.
Uitkomst: De aanslagen onroerende-zaakbelastingen zijn vernietigd wegens het ontbreken van een voorafgaande WOZ-beschikking.