ECLI:NL:PHR:2005:AR6816
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde en oplegging aanslagen onroerendezaakbelasting in geschil
Belanghebbende kreeg voor 1999 twee aanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd op 31 oktober 2001. Hij maakte bezwaar met het argument dat de aanslagen niet mochten worden opgelegd voordat de WOZ-waarde was vastgesteld en bekendgemaakt. Het Hof Amsterdam vernietigde de aanslagen omdat de WOZ-beschikking niet tijdig was bekendgemaakt.
Het College van Burgemeester en Wethouders van Haarlemmermeer stelde cassatie in tegen dit oordeel. Het College voerde aan dat de WOZ-waarde wel was vastgesteld vóór de aanslagen en dat het gebrek in bekendmaking niet tot vernietiging mocht leiden. Subsidiair stelde het College dat de vangnetbepaling van artikel 220d, vierde lid, Gemeentewet zonder rechtvaardigingsgrond toegepast kon worden.
De Hoge Raad oordeelde dat een besluit pas in werking treedt na bekendmaking en dat de WOZ-beschikking pas na oplegging van de aanslagen bekend werd gemaakt. Echter, de WOZ-waarde was wel vastgesteld vóór de aanslagen, zodat de aanslagen terecht op deze waarde waren gebaseerd. Het gebrek in bekendmaking was een passeerbaar vormverzuim. De vangnetbepaling is slechts bedoeld voor uitzonderlijke gevallen waarin geen WOZ-waarde is vastgesteld. Het is niet toegestaan aanslagen op grond van artikel 220c en 220d Gemeentewet door elkaar te gebruiken of om te zetten. Het beroep van het College werd gegrond verklaard, het beroep tegen het vonnis van het Hof ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en vernietigt het arrest van het Hof, waardoor de aanslagen OZB terecht zijn opgelegd ondanks late bekendmaking WOZ-beschikking.