ECLI:NL:GHAMS:2002:AH9397
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens ongelijkwaardige waardering en toepassing meerderheidsregel
Belanghebbende betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen in een wijk met 160 identieke woningen, en stelt dat de waarde niet hoger mag zijn dan ƒ 219.000 (€ 99.377). Verweerder handhaafde aanvankelijk de waarde van ƒ 277.998 (€ 126.150) ondanks bezwaar. Belanghebbende onderbouwde zijn standpunt met gegevens van 44 vergelijkbare woningen waarvan de waarde was verminderd, een uitspraak op bezwaar en een ambtshalve waardevermindering bij andere woningen in dezelfde wijk.
Verweerder erkende dat de oppervlakte van de woning te hoog was vastgesteld en dat een perceel grond ten onrechte bij de woning was gerekend, maar stelde dat de inhoudsmaten volgens de wet bruto moesten zijn en dat rekening was gehouden met verschillen en het vochtprobleem. Het hof oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderzocht of in een meerderheid van vergelijkbare gevallen de wet juist was toegepast en dat belanghebbende met de overgelegde gegevens het vermoeden had gewekt dat dit niet het geval was.
Het hof concludeerde dat verweerder het bewijs niet had kunnen weerleggen met de enkele stelling dat in de overige gevallen de wet wel correct was toegepast. Ook bleek uit de inconsistentie in het beleid dat verweerder in andere gevallen wel tegemoet was gekomen aan de meerderheidsregel. Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de WOZ-waarde verminderd tot ƒ 219.000 (€ 99.377) en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot ƒ 219.000 (€ 99.377) wegens onjuiste waardering en toepassing van de meerderheidsregel.