ECLI:NL:HR:2002:AE8146
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad herziening jurisprudentie over afbakening belastingobject onroerendezaakbelasting
Belanghebbende exploiteerde een raffinaderij en petrochemisch complex op een terrein te Rotterdam. Voor het belastingjaar 1988 werd een aanslag onroerendgoedbelasting opgelegd, die na bezwaar en beroep door het Hof werd verminderd. Belanghebbende stelde onder meer dat de aanslag onjuist was vanwege foutieve afbakening van het belastingobject, waaronder parkeerterreinen, onderverhuurde terreinen en ruimten in gebruik bij derden.
Het Hof oordeelde dat parkeerterreinen bij belanghebbende in gebruik waren en dat onderverhuurde terreinen en ruimten in gebruik bij derden niet in de aanslag waren begrepen. De Hoge Raad bevestigt het oordeel over de parkeerterreinen en onderverhuurde terreinen, maar herroept de jurisprudentie die bij fouten in de afbakening van het belastingobject leidt tot vernietiging van de gehele aanslag. De Hoge Raad stelt dat bij fouten door de gemeente of rechter correcties mogelijk zijn in bezwaar of beroep, mits de aanslag correct wordt aangepast.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd welke uitleg van het Convenant juist is met betrekking tot kabels en leidingen die al dan niet deel uitmaken van een bedrijfseenheid. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de gemeente Rotterdam tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en wijzigt de leer over afbakening van het belastingobject, verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.