ECLI:NL:GHAMS:2002:AN9577
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- J.W.M. Tijnagel
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Indeling van rijstvellen in het Gemeenschappelijk Douanetarief onder post 1905 90 20 bevestigd
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had goederen bestaande uit rijstvellen aangemeld onder post 1902 30 10 van het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT). De inspecteur had deze goederen echter ingedeeld onder post 1905 90 20, wat leidde tot een naheffing van douanerechten en landbouwheffing. Belanghebbende stelde dat de rijstvellen deegwaren zijn die onder post 1902 vallen, omdat ze niet direct voor consumptie gereed zijn en niet tot bakkerswaren behoren.
De Douanekamer onderzocht de samenstelling en wijze van vervaardiging van de rijstvellen, die bestaan uit rijstmeel, water en zout, en werden gevormd tot droge, doorschijnende vellen. Het Gerechtelijk Laboratorium adviseerde de indeling onder post 1905 90 20, gebaseerd op een Europese Verordening die voedselbereidingen van deze aard onder deze post classificeert.
Belanghebbendes beroep op eerdere bindende tariefinlichtingen (BTI's) en het gelijkheidsbeginsel werd verworpen, mede omdat de BTI's niet op haar van toepassing waren en het beroep op gelijke behandeling onvoldoende onderbouwd was. De Douanekamer oordeelde dat de Verordening niet onverenigbaar is met de tekst van de gecombineerde nomenclatuur en dat de goederen terecht onder post 1905 90 20 zijn ingedeeld.
De Douanekamer verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt de geldende interpretatie van de tariefindeling voor rijstvellen binnen de Europese regelgeving en het Nederlandse douanerecht.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de indeling van rijstvellen onder post 1905 90 20 van het Gemeenschappelijk Douanetarief is ongegrond verklaard.