ECLI:NL:GHAMS:2002:AO2660
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- J.J.A.M. Kennis
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navordering douanerechten wegens toepassing 5%-regel bij actieve veredeling rijst
Belanghebbende, een besloten vennootschap, heeft in de periode van december 1994 tot mei 1997 aangiften gedaan voor actieve veredeling van langkorrelige rijst, waarbij de zogenaamde 5%-regel werd toegepast. Deze regel hield in dat bij uitvoer van volwitte rijst met meer dan 5% breukrijst slechts een gewichtsaandeel van 5% breukrijst werd geaccepteerd als uitvoer van volwitte rijst. De inspecteur heeft deze praktijk tot 5 mei 1997 met instemming toegepast.
Na een controle en overleg heeft de inspecteur in 1997 de toepassing van deze regel beëindigd en belanghebbende uitgenodigd tot betaling van nagevorderde douanerechten en compenserende interesten. Belanghebbende voerde aan dat zij te goeder trouw was en de vergissing van de inspecteur niet redelijkerwijs kon ontdekken, mede gezien de langdurige toepassing en het vertrouwen gewekt door controles.
Het Gerechtshof oordeelt dat artikel 220, tweede lid, onderdeel b, van het Communautair Douanewetboek (CDW) aan de navordering in de weg staat, omdat belanghebbende te goeder trouw heeft gehandeld en geen aanwijzingen waren dat zij de vergissing had kunnen ontdekken. Tevens werd bevestigd dat Nederland de 5%-regel zonder voorbehoud had verdedigd in het Comité Douanewetboek. De navordering wordt daarom vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De navordering van douanerechten wordt vernietigd omdat belanghebbende te goeder trouw handelde en de vergissing van de inspecteur niet redelijkerwijs kon worden ontdekt.