ECLI:NL:GHAMS:2003:AF4294
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Goes
- mr. Van Schaik
- Rechtspraak.nl
Dienstbetrekking bijzonder hoogleraar en loonbelasting naheffingsaanslag
Belanghebbende, een vereniging, stelde een bijzondere leerstoel in bij een universiteit en benoemde G tot bijzonder hoogleraar. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op omdat hij meende dat er sprake was van een dienstbetrekking tussen belanghebbende en de hoogleraar, ondanks dat het honorarium aan een BV werd uitbetaald.
Het hof onderzocht de rechtsverhouding en concludeerde dat er een gezagsverhouding bestond, de hoogleraar persoonlijk arbeid verrichtte en recht had op beloning, waardoor er een privaatrechtelijke dienstbetrekking was. Hoewel de betaling aan de BV plaatsvond, werd dit als loon voor de hoogleraar beschouwd.
Ten aanzien van het genietingsmoment oordeelde het hof dat de afspraak om het honorarium eenmaal per jaar te betalen ongebruikelijk was en genegeerd moest worden, waardoor de loonbelasting maandelijks verschuldigd was. De naheffingsaanslag werd daarom verminderd tot ƒ 1.285. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van een deel van de gemaakte proceskosten.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat er een dienstbetrekking bestond en vermindert de naheffingsaanslag tot ƒ 1.285 met veroordeling van de inspecteur in proceskosten.