ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6816
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Steenbergen
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van rente op lening na uittreden uit maatschap en aanwending voor vordering en beleggingen
Belanghebbende, een registeraccountant, trad toe tot een maatschap en financierde zijn inbreng met een lening van ƒ 900.000. Na zijn uittreden uit de maatschap per 1 juli 1996 bleef de lening doorlopen. De rente daarop werd betwist door de inspecteur in de inkomstenbelastingaanslag over 1998.
De kern van het geschil was of de rente op de lening na uittreden tot persoonlijke verplichtingen behoorde, met een aftrekbeperking van ƒ 15.000, of dat deze rente aftrekbare kosten waren die drukken op inkomsten uit arbeid of vermogen. Het hof stelde vast dat de lening aanvankelijk tot het ondernemingsvermogen behoorde, maar na uittreden onderdeel werd van het privévermogen.
Het hof oordeelde dat de geleende gelden na uittreden feitelijk werden aangewend voor het financieren van een rente-dragende vordering op de maatschap en voor beleggingen. Hierdoor was de rente aftrekbaar als kosten die drukken op inkomsten uit vermogen. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en de aanslag werd verminderd.
Uitkomst: De rente op de lening is aftrekbaar als kosten die drukken op inkomsten uit vermogen en niet beperkt tot persoonlijke verplichtingen.