ECLI:NL:GHAMS:2003:AG1666
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Van Hilten
- Beukers-Van Dooren
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens niet volledig verantwoorde speelautomatenomzet
Belanghebbende, exploitant van speelautomaten via D B.V., kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd wegens vermoedelijk niet volledig verantwoordde omzet in 1996. De inspecteur stelde dat de omzet plotseling steeg vanaf het moment dat tellerstanden werden geregistreerd, wat het vermoeden wekte van verzwegen opbrengsten. Belanghebbende voerde aan dat de stijging verklaard kon worden door verhuur van automaten en andere factoren, maar het hof vond deze verklaringen onvoldoende concreet.
Het hof oordeelde dat de berekeningen van belanghebbende omtrent het aantal verhuurde automaten en omzet per automaat niet juist waren en kende geen betekenis toe aan de lagere dagomzetten waarbij verhuurde automaten buiten beschouwing waren gelaten. De inspecteur mocht uitgaan van een hogere gemiddelde omzet per automaat, en het vermoeden van niet volledig verantwoorde omzet bleef bestaan.
Hoewel aan belanghebbende een verhoging wegens opzet of grove schuld was opgelegd, vernietigde het hof deze boete omdat er reeds boetes waren opgelegd bij vennootschapsbelasting en omzetbelasting die het vermogen van belanghebbende volledig drukten. De navorderingsaanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 684.766 zonder verhoging. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Navorderingsaanslag verminderd tot belastbaar inkomen van ƒ 684.766 zonder verhoging en boete vernietigd wegens reeds opgelegde boetes.