ECLI:NL:GHAMS:2003:AI0311
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van te laat ingediend middelingsverzoek inkomstenbelasting
Belanghebbende diende middelingsverzoeken in voor de jaren 1994-1996 en 1997-1999 om belastingteruggaaf te verkrijgen op grond van artikel 66a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Deze verzoeken werden echter te laat ingediend, namelijk niet binnen de wettelijke termijn van twaalf maanden nadat de aanslagen onherroepelijk waren geworden.
De inspecteur had deze verzoeken niet-ontvankelijk moeten verklaren, maar wees ze af op inhoudelijke gronden. Het Hof herstelt dit verzuim door het beroep van belanghebbende gegrond te verklaren en de verzoeken alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. Hierdoor kan het Hof niet inhoudelijk oordelen over het recht op teruggaaf.
Belanghebbende voerde aan dat de Belastingdienst onvoldoende bekendheid had gegeven aan de middelingsregeling, maar het Hof oordeelt dat bekendmaking via het Staatsblad voldoende is en dat de Belastingdienst niet verplicht is belastingplichtigen actief te informeren.
Het Hof veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van €10 en gelast de Staat het betaalde griffierecht van €29 te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof verklaart het middelingsverzoek niet-ontvankelijk wegens te late indiening en herstelt het verzuim van de inspecteur.