ECLI:NL:GHAMS:2003:AN7183
Gerechtshof Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Toekenning aftrek buitengewone lasten voor advocaatkosten stiefzoon ter verdediging tegen doodstraf in Turkije
Belanghebbende deed aangifte inkomstenbelasting 1999 en nam buitengewone lasten op voor kosten van levensonderhoud van zijn stiefzoon, waaronder advocaatkosten voor diens verdediging in Turkije tegen een doodstraf. De inspecteur weigerde aftrek van een deel van deze kosten omdat deze geen kosten van levensonderhoud zouden zijn.
De stiefzoon was veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf en doodstraf wegens poging tot staatsomverwerping. Belanghebbende betaalde in 1999 ruim ƒ 7.985 aan juridische bijstand om zijn stiefzoon te verdedigen en zo zijn leven te redden. Het hof oordeelt dat deze kosten in dit uitzonderlijke geval wel degelijk als kosten van levensonderhoud moeten worden aangemerkt, omdat zij essentieel waren voor het voortbestaan van de stiefzoon in de samenleving.
De contante betalingen van ƒ 1.000 aan de stiefzoon konden niet worden aangetoond met schriftelijke bescheiden en worden daarom niet als aftrekbare lasten erkend. Het hof vernietigt de bestreden uitspraak en vermindert het belastbaar inkomen van belanghebbende met ƒ 7.985. Proceskosten worden niet toegewezen omdat belanghebbende hier geen aanspraak op maakt.
Uitkomst: De advocaatkosten van ƒ 7.985 voor de verdediging van de stiefzoon worden als buitengewone lasten in aftrek genomen, contante betalingen niet.