ECLI:NL:GHAMS:2003:AO2503
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Van Hilten
- Beukers-Van Dooren
- Rechtspraak.nl
Vaststelling catalogusprijs verlengde limousine en afwijzing schadevergoeding naheffingsaanslag BPM
Belanghebbende, exploitant van een taxibedrijf, deed aangifte BPM voor een verlengde limousine, een omgebouwde Ford Lincoln Town Car. De inspecteur stelde de catalogusprijs vast volgens methode 4 van de Leidraad, omdat het merk niet bekend zou zijn. Het Hof oordeelde echter dat het merk Ford Lincoln wel bekend was en dat de catalogusprijs moest worden vastgesteld via methode 2 van de Leidraad.
De auto was nieuw, had een lage kilometerstand en was slechts gebruikt voor formele verplichtingen. Hierdoor werd geen vermindering wegens gebruik toegepast. De naheffingsaanslag werd verminderd tot het correcte BPM-bedrag op basis van de juiste catalogusprijs.
Belanghebbende vorderde tevens schadevergoeding wegens vertraging bij de afgifte van het kentekenbewijs. Het Hof oordeelde dat de vertraging deels aan de inspecteur te wijten was, maar dat dit niet het gevolg was van het opleggen van een te hoge naheffingsaanslag, maar van het talmen bij het toepassen van een noodprocedure. Daarom werd de schadevergoeding afgewezen.
Het Hof veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en stelde het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. De uitspraak werd op 15 december 2003 uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de naheffingsaanslag BPM verminderd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.