ECLI:NL:GHAMS:2003:AO3293
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- J.W.M. Tijnagel
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Indeling van synthetisch rubber in het Gemeenschappelijk Douanetarief bij moderne productietechnieken
Belanghebbende, A B.V., maakte bezwaar tegen de indeling van haar synthetische rubberproducten in het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT). De inspecteur had de goederen ingedeeld onder post 3921 90 60, terwijl belanghebbende meende dat de goederen onder post 4002 70 00 moesten worden ingedeeld, omdat het product eigenschappen van synthetisch rubber bezit.
De Douanekamer onderzocht of de moderne productie van ethyleen-propyleen rubber, waarbij het product niet vulkaniseerbaar is met zwavel, een afwijkende indeling rechtvaardigt. Belanghebbende stelde dat de aantekeningen op hoofdstuk 40 van het GDT, die vulkanisatie met zwavel vereisen, niet meer van toepassing zijn door technische ontwikkelingen.
De inspecteur betwistte dit en stelde dat het product niet voldoet aan de criteria van Aantekening 4, onderdeel a, omdat het niet vulkaniseerbaar is met zwavel. De Douanekamer bevestigde dat de aantekeningen wettelijk bindend zijn en dat technische ontwikkelingen niet leiden tot een andere uitleg van het GDT. Het product moet daarom worden ingedeeld onder post 3921 90 60.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Douanekamer zag geen aanleiding voor een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de goederen worden ingedeeld onder post 3921 90 60 van het GDT.