ECLI:NL:GHAMS:2003:AP2403
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Lubbers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling deelnemingsvrijstelling bij verkoop Europese distributieactiviteiten en aandelenlevering
Belanghebbende, een naamloze vennootschap, verkocht haar Europese distributieactiviteiten via een complexe transactie waarbij zij haar aandelen in dochtermaatschappijen overdroeg aan M AG en vervolgens haar aandelen in M AG aan Z AG leverde, waarbij zij nieuwe aandelen in Z AG ontving.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende een verlies van circa f 431 miljoen mocht nemen in verband met een voorwaardelijk vorderingsrecht dat volgens haar vergelijkbaar was met een 'Reverse Convertible Note'. De inspecteur stelde dat dit vorderingsrecht geen lening maar een recht op levering van aandelen betrof, waardoor de deelnemingsvrijstelling van toepassing was.
Het Hof oordeelde dat de overeenkomst gericht was op de verkrijging van aandelen in Z AG en dat de sanctie bij niet-nakoming van de levering van aandelen niet kon worden opgevat als een recht op contante betaling. Hierdoor was een waardedaling van het recht op aandelen niet aftrekbaar als verlies, maar viel dit onder de deelnemingsvrijstelling.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur gehandhaafd. Het Hof wees proceskostenveroordeling af en gaf aan dat tegen deze uitspraak beroep in cassatie mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur gehandhaafd.