ECLI:NL:HR:2005:AT4491
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Waardevermindering recht op levering aandelen valt onder deelnemingsvrijstelling
De Inspecteur stelde het verlies van belanghebbende voor het jaar 1997 bij beschikking vast op ƒ 8.900.941, welke beschikking na bezwaar werd gehandhaafd. Belanghebbende, die alle aandelen in A N.V. houdt en met haar een fiscale eenheid vormt, ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde.
De zaak betreft een overeenkomst tussen A en B AG waarbij A haar distributieactiviteiten overdraagt aan dochtermaatschappij C en aandelen in C aan B overdraagt, waarna B nieuwe aandelen aan A uitgeeft. Het Hof oordeelde dat een eventuele waardedaling van het recht op de nieuwe aandelen in B in de periode 1 tot en met 31 december 1997 onder de deelnemingsvrijstelling valt.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwerpt de motiveringsklacht en het betoog dat het om rechten op nieuw uit te geven aandelen ging. Er zijn geen gronden voor proceskostenveroordeling en het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat waardevermindering van het recht op levering van aandelen onder de deelnemingsvrijstelling valt.