ECLI:NL:GHAMS:2003:AQ4459
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- mrs. Bijl
- Van Hilten
- Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navordering douanerechten en omzetbelasting bij geheugenmodulesimport
Belanghebbende, een douane-expediteur, maakte bezwaar tegen een uitnodiging tot betaling van douanerechten en omzetbelasting over invoer van geheugenmodules. De aanslagen waren gebaseerd op een FIOD-onderzoek dat onjuiste facturen vaststelde. Belanghebbende voerde aan dat de aanslag onvoldoende was gemotiveerd, dat zij te goeder trouw had gehandeld en dat sprake was van een vergissing van de douane-autoriteiten die zij niet kon ontdekken. Tevens stelde zij dat anti-dumpingheffingen in mindering gebracht moesten worden op de douanewaarde.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur voldoende had gemotiveerd, onder meer door toezending van het voorlopige FIOD-rapport en nadere stukken tijdens de bezwaarprocedure. De stelling dat per aangifteregel een specificatie van de navordering moest worden gegeven, werd verworpen. De subsidiaire stelling over vergissing werd afgewezen omdat belanghebbende onjuiste facturen had verstrekt, wat niet onder de uitzondering van artikel 220, tweede lid, letter b, CDW valt. Het Hof vond ook dat er begin 1995 geen gegronde vermoedens waren die tot tijdige informatieplicht van de douane leidden.
Met betrekking tot anti-dumpingheffingen stelde het Hof vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze in de transactieprijs waren begrepen en dat de inspecteur dit gemotiveerd had weersproken. Daarom bleef de aanslag in stand. Ook de aanslag omzetbelasting werd overeenkomstig de douanerechten beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslagen douanerechten en omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.